Dorp van harde werkers. Van vroeg opstaan en doorgaan tot het af is. De mouwen opgestroopt, de schouders eronder. We staan er. Lossen problemen op met ons boerenverstand. We hebben onze eigen kringen, maar zijn er voor elkaar als het nodig is.
Dorp tussen de weilanden. Van boeren, bouwers en burgers, van kerken en bedrijven, van jong en oud. Allemaal verschillend en toch verbonven. Één dorp, één hart, één gemeenschap. Gewend aan tegenwind en gevormd door tegenslagen. Vinden steeds wegen vooruit. Altijd opnieuw.
Dorp van doe maar gewoon. Want dan ben je bijzonder genoeg. Stiekem trots, maar nooit met de borst vooruit. Effe dit en effe dat. Nuchter van karakter, gewoon gemeuïg.